2.    afmetingen van de baan (de 20 cm langere
       internationale baan bestaat uit een 3 cm langere
       afstand tussen de startlijn en de 1e horde, 5 cm
       meer tussenruimte per horde en 2 cm meer
       tussen de laatste horden en de box);
3.    team indeling, een internationaal team is vrij in
       de keuze van de hondenrassen. Een team van
       1 ras (of rasloze honden) is dus toegestaan;
4.    snelheid;
5.    hoogte van de hordes (tussenstappen van 2,5 cm).

 


Wat is flyball

Flyball is een hondensport die 1970 in Amerika is uitgevonden door Herbert Wagner. In 1985 werd in Noord Amerika de North American Flyball Association (NAFA) opgericht. In 1990 is het flyball in Nederland door Otto Steijn geïntroduceerd.

Flyball is vooral fun en kan aangeleerd worden aan elke hond die gek op een bal is, graag apporteert en een basis gehoorzaamheidscursus achter de rug heeft. Flyball kan men als recreatiesport of als wedstrijdsport beoefenen.

 

Hoe werkt flyball

De hond wordt vooruit gestuurd over 4 hindernissen. Na de hindernissen staat een apparaat. In dit apparaat zit een balletje. De hond laat met een druk van de voorpoten op het apparaat de bal uit het toestel springen en moet de bal zo vlug mogelijk over de 4 zelfde hindernissen terug naar zijn baasje brengen.

 

Training

De training bestaat uit verschillende onderdelen:

‑ bedienen van de bak

‑ springen over de hindernissen

‑ het gehele parcours (combineren van beide activiteiten)

‑ lopen in wedstrijdverband

Het bedienen van de bak en het springen over hindernissen kan tegelijker­tijd afwisselend aangeleerd worden, terwijl het combineren van beide activiteiten pas wordt gedaan als de hond deze perfect beheerst. Daarna kan worden begonnen aan het leren lopen in wedstrijdverband.

De totale tijd om het aan te leren varieert per hond, maar ligt ongeveer tussen de zes tot twaalf maanden.

We praten wel over 'leren', maar het is 'conditioneren'. De hond moet geconditioneerd worden om alle handelingen automatisch goed uit te voeren.

                                                                                                                                                                                                                                                           Flyball apparaat

De training bij de bak is er op gericht om de hond te leren het apparaat te bedienen, waardoor een bal als beloning (buit) te voorschijn komt. Tegelijkertijd wordt aangewend om na het vangen van de bal zo snel mogelijk om te draaien en terug te keren naar de baas. Vooraf wordt de hond gewend aan de bak en het geluid dat je hoort als het apparaat wordt bediend.

 

Hindernissen

De hond moet leren om over de hindernissen te springen in plaatsvan eromheen te lopen. Dit begint eerst met netten langs de hindernissen en wordt langzaam uitgebouwd totdat alle vier de hindernissen zonder netten achter elkaar foutloos gesprongen worden. Behalve aan foutloos springen wordt ook gewerkt aan snelheid, tenslotte gaat het straks bij wedstrijden om de snelste tijd.

 

Het gehele parcours

Als bovenstaande twee activiteiten foutloos gaan, wordt het werken aan het apparaat uitgebouwd zodat de hond moet springen en lopen om het apparaat te bedienen. Ook wordt het terugkomen over de hindernissen nog steeds geoefend, waarna de laatste stap volgt: de combinatie van springen naar het apparaat, bedienen apparaat en terugkomen.

 

Het lopen in wedstrijdverband

Een wedstrijd is het lopen van een estafette door vier honden. Iedere hond moet er dus aan wennen, dat er na hem nog een hond start, als hij zelf terugkomt en ook, dat als hij start, nog een hond hem tegemoet zal komen. Ook dit wordt langzaam opgebouwd, zodat uiteindelijk de honden elkaar op enkele millimeters afstand passeren. De laatste stap is het starten vanaf de zes tot vijftien meterlijn, waardoor snellere tijden mogelijk zijn.

Flyball is een teamsport    

Flyball is een teamsport waarbij 4 honden om de beurt over de 4 hindernissen naar het apparaat heen en weer rennen. De hond moet met de bal over de start/finishlijn zijn voordat de volgende hond over de startlijn mag gaan. Om zo weinig mogelijk tijd te verliezen worden de honden dan ook getraind om neus-aan-neus op de start/finishlijn met elkaar te wisselen. Helaas levert een te snelle wissel een fout op zodat deze hond achteraan moet sluiten en opnieuw moet lopen. Andere fouten zijn: te vroeg starten, balverlies, naast de schansen lopen, storen bij het andere team.  Het team dat de eerste 4 honden reglementair over de finish heeft is winnaar van de races.

De honden hoeven niet te vertrekken vanaf de startlijn. Om op volle snelheid te komen aan de startlijn wordt de hond enkele meters voor de start weg gestuurd. Dit noemt men de vliegende start. Training, inzicht en concentratie zijn vereist om een vliegende start te combineren met goede wissel op de startlijn.
                                                                                                                                                                                               De hoogte van de hindernissen is minimum 17,5 cm en maximum 35 cm. Deze hoogte is afhankelijk van de schouderhoogte (schofthoogte) van de hond, min 10 cm. De race wordt gelopen op de spronghoogte van de kleinste deelnemende hond. Dit wil zeggen dat de kleinste hond in een team de spronghoogte voor het team bepaalt.

Het team

Elk team bestaat uit maximaal 6 honden, een coach en een ballenlader. Tijdens een race lopen er 4 honden. De honden mogen gedurende een wedstrijd om praktische of strategische redenen gewisseld worden. De coach van het team zorgt voor de opstelling en instructies tijdens de wedstrijd. De ballader staat achter het toestel en zorgt ervoor dat er telkens een nieuwe bal in het apparaat zit voor de volgende hond.

De wedstrijd

In een wedstrijd racen 2 ploegen tegen elkaar. Het team waarvan de  4 honden het eerst foutloos binnenkomen wint die race. Een wedstrijd bestaat uit 3 (best of three) of 5 (best of five) races, afhankelijk van de organisatie. Na de voorrondes wordt de dubbele afvalling gespeeld. M.a.w. de verliezer van een wedstrijd gaat verder in de verliezersronde. Indien deze in de finale komt kan men alsnog winnaar worden. Het team welke in de verliezerronde wederom verliest is uitgeschakeld.